nlende

„Elke vlok een daalder waard!“: 110 jaar Wintersport in Sauerland

17.10.2016

Skiën in de loop der tijd: van zegen Gods tot berekend succesmodel

Donker pak, wit overhemd met een hoge kraag, stropdas en hoed, de dames in elegante wollen rokken, lange houten ski’s en een lange brengstok om te remmen. Zo zag het skitoerisme er begin van e 20e eeuw uit. Sneeuwschoenlopen, zoals het toen heette, was in die jaren een bezigheid voor de betere burgerij uit de steden. In de komende maanden viert de Wintersport-Arena Sauerland 110 jaar skisport in dit gebied. Een terugblik biedt leuke inkijkjes in een ontwikkeling die nu een hoogtepunt beleeft.

Ski als voortbewegingsmiddel

Terwijl nu skiërs vol verlangen uitkijken naar sneeuw en koude, waren tijden met vorst vroeger meer een vloek dan een zegen. Vooral in de hooggelegen dorpen in Sauerland brachten de inval van de vorst grote problemen met zich mee. De landbouw op de arme bodem leverde weinig op. Veel mannen trokken als handelsreiziger door het land om de weinige verdiensten at aan te vullen. In de winter waren de dorpjes of de geïsoleerd gelegen boerderijen vaak wekenlang afgesneden van alle vormen van verzorging. Maar de mensen waren vindingsrijk.

Volgens de overlevering waren het enkele bewoners van Langewiese die in de 18e eeuw op een soort sneeuwschoenen het dal in gingen om water uit een dieper gelegen bron te halen. Bosarbeiders en jachtopzieners zoals in 1888 al de boswachter Hagemann uit Winterberg, gebruikten al een soort ski’s als hulpmiddel om zich door de diepe sneeuw te kunnen voortbewegen. Ze werden gemaakt door plaatselijke wagenmakers naar een voorbeeld uit Braunlage. Daarvoor zijn uit de 19e eeuw overal aanwijzingen te vinden uit het hele gebied ronde Kahler Asten, Schmallenberg en Bad Berleburg. Het had helemaal niets van doen met de huidige ski’s. Het waren doorgaans niet meer dan gebogen planken met een daarop gespijkerde schoen.

In 1896 liet een pastoor uit Altastenberger ski’s uit het Zwarte Woud halen. Hij was na een sneeuwstorm tot aan zijn schouders in de sneeuw komen te zitten en moest worden bevrijd.

De dorpsbewoners zagen zijn eerste pogingen om vooruit te komen, hoofdschuddend aan. Ze dachten dat de pastoor duigen onder zijn schoenen had gebonden. Het verging andere pioniers niet veel anders.


Familie Brinkmann
Nordhang
 

Begin van het wintersporttoerisme

Verhalen over mensen die voor het plezier skieden, bereikten niet alleen het Zwarte Woud, de Harz, Oostenrijk en Zwitserland. Ook Sauerlanders en de sportieve burgers in het Roergebied en het Rijnland hoorden ervan. Ze brachten slimme zakenmensen op nieuwe ideeën. In februari 1906 bestelde de Winterbergse koopman Georg Brinkmann vijf paar ski’s in het Zwarte Woud. Om te voorkomen dat men hem bij de eerste stuntelige pogingen zou kunnen zien, oefende hij ’s nachts op de Herrloh. Hij vertelde erover aan zijn kegelvrienden, wist ze er enthousiast voor te maken en begon een succesvolle handel in ski’s.

Maar er was veel meer nodig om de arme, afgelegen bergdorpen te kunnen ontwikkelen tot populaire skioorden. De opening van het laatste spoortraject tussen Bestwig en Winterberg in oktober 1906, droeg daar wezenlijk aan bij.

Het nieuws van een nieuw wintersportgebied verbreidde zich snel. Welgestelde burgers uit steden uit het Roergebied en het Rijnland kwamen om zelf eens de skisport te proberen, of om toe te kijken hoe anderen zich weerden. De inwoners van de arme bergdorpen realiseerden zich dat hier een nieuwe bron van inkomsten lag. Slimme mensen met vooruitziende blik smeedden het ijzer toen het heet was en richtten de skiclub Sauerland (SKS) op, de voorloper van het huidige West-Duitse Skiverbond (WSV).

De gasten kwamen massaal. Al in 1911 valt te lezen dat in slechts 1 uur, 3000 op sneeuw beluste toeristen vanuit de trein het toen 1400 zielen tellende Winterberg instroomden. Er was dringend behoefte aan meer bedden, herbergen en tal van andere gemakken, die de welgestelde reizigers uit hun stadse bestaan gewend waren. Niet alleen de pensions, maar vrijwel alle gezinnen hier stelden kamers voor overnachtingen beschikbaar en wisten zo de spaarzame verdiensten aan te vullen.

Al snel daarna zetten zich ook welgestelde en investeringsbereide burgers zich in en lieten grotere hotels bouwen, die beter aansloten bij de wensen van de gast. Verwarmde kamers bijvoorbeeld. Maar ook de plaatselijke herbergen gingen de nieuwe uitdagingen aan. Timmermannen, loodgieters, kooplui, iedereen profiteerde van de ‚zegen’ van de wintersport. ‚’Elke vlok is een daalder waard’, zo zei de Neuastenbergse waard Albert Rossel aan het begin van die nieuwe eeuw.

Binnen enkele jaren na de oprichting van de SKS ontstonden in heel Sauerland plaatselijke groeperingen. De omliggende dorpen wilden wel deelnemen aan die nieuwe ontwikkelingen. Andere dorpen wilden het voorbeeld van Winterberg volgen en ook profiteren van het wintertoerisme. Zo ijverde Willingen voor een aansluiting op het spoor, wat in 1914 ook lukte.

Brilon-Willingen, Schmallenberg, Bad Berleburg, Lüdenscheid en Meinerzhagen sloten zich al snel aan en schiepen hun eigen attracties. Spingschansen en skifeesten lokten overal skiërs en toeschouwers. Overal probeerden ski-oorden wintersporters te lokken. De kranten in de stedelijke gebieden publiceerden de sneeuwhoogtes die per telegraaf vanuit Sauerland werden doorgeseind. Verschillende plaatsen gaven voor toenmalige verhoudingen grote bedragen aan reclame uit. En dat betaalde zich terug.

Een van de belangrijkste opdrachten van de SKS is het stimuleren van de skisport. Met de organisatie van skicursussen schiep de vereniging een nieuwe basis voor de ontwikkeling van het skiën tot een sport voor iedereen. Ook het zorgen voor een voorraad ski’s en de inzet van de eerste extra treinverbindingen kunnen op het conto van de vereniging worden bijgeschreven.

Niet alleen de beter gesitueerde bewoners van de verder weg gelegen steden in het Roergebied moesten de wintersport leren waarderen. Om brede lagen van de eigen bevolking voor de nieuwe sport enthousiast te maken, zetten regeringsvertegenwoordigers zich ervoor in het skiën als schoolsport op de volksscholen te introduceren. In 1911 werden zelfs 500 paar ski’s verdeeld onder de schoolkinderen in de dorpen van Sauerland.


Skiwandelen als geliefde wintersport

De eerste skitoeristen in Sauerland maakten vooral tochten. Op hun skiwandelingen genoten ze van de stilte van de bergen en de schoonheid van het besneeuwde landschap. Ze hadden het gevoel dat ze zo de ruwe winterse natuur bedwongen. Op ski’s van wel 2,20 meter lang doorkruisten ze de bergen. Onderdeel van de uitrusting was een lange bergstok met een ijzeren punt, waarmee kon worden geremd. Pas later veranderde de skitechniek en kwamen kortere ski’s en stokken met schoteltjes eraan in zwang.

De skiwandelaars doorkruisten alleen of in groepjes het landschap. Om de gasten in de karig bewoonde wereld een beetje oriëntatie te bieden, brachten leden van de SKS (nu WSV) wegmarkeringen aan en werden er routeboekjes uitgegeven. De skitoeristen vertelden thuis met veel enthousiasme over hun belevenissen en stuurden verhalen ter publicatie op naar de verenigingstijdschriften van de SKS (WSV) en de Sauerlandse bergvereniging (SGV). De berichten getuigen van groot plezier aan de gezelligheid en de sportieve activiteiten. En zo verspreidde de boodschap over de nieuwe wintersportplaatsen zich snel en zorgde voor grote aanwas bij de verenigingen.

Epoche Skiwandern
 

Begin van het alpine skitijdperk

Halverwege de jaren dertig nam de populariteit van het alpine skiën sterk toe. Vooral door de successen in het alpine skiën op Olympische Winterspelen in 1936 gingen steeds meer mensen over tot deze nieuwe manier van skiën met zijn bochtentechniek: de ‘christiania’ en de ‘stemmbogen’. Maar na elke afdaling volgde weer de moeizame weg omhoog. Al snel kwamen ook in Sauerland ideeën op om daar wat aan te doen.

Wanneer de eerste skilift in Sauerland werd gebouwd, is niet met zekerheid te zeggen. In de winter van 1933/34 moet bij de Nordhang een lift zijn geweest met een henneptouw. Skiërs konden zich daaraan vast houden en zich omhoog laten trekken naar de Kahler Asten. Bij deze pendellift werd het touw eerst omhoog getrokken en dan weer naar beneden gebracht zodat de volgende gasten weer omhoog getrokken konden worden.
Plannen voor dergelijke installaties waren er ook in de jaren veertig. In de jaren 1947/48 ontstonden op initiatief van altijd al sportief georiënteerde Britten verschillende liften. Op de Nordhang, op de Postwiese en op de Kappe waren al zogenaamde kabel-omloopliften, met op de berg en in het dal draaiende kabeltrommels; een techniek die nu nog wordt gebruikt. Al in 1950 bouwden Britten de eerste 1-persoonstoeltjeslift op de Kappe. In datzelfde jaar installeerde een busondernemer op de Postwiese een schotellift en op de Ettelsberg in Willingen kwam een soortgelijk exemplaar.

Met de komst van de liften taande de populariteit van het vermoeiende skiwandelen. Het bracht een ontwikkeling waardoor in de regio ‘wintersportbolwerken’ konden ontstaan. Plaatsen zonder skiliften zagen de gasten verdwijnen. Zelfs al lukte het deze plaatsen een kleine installatie te realiseren, de gasten gaven toch de voorkeur aan de dure, toentertijd moderne sleepliften, die niet elke regio zich kon veroorloven. Daarnaast telden ook de lengte van de afdaling en het beschikbare aantal afdalingen mee bij de attractiviteit van een skigebied. Menig dorp kon die ontwikkeling niet meer bijhouden.

Wie in de grote wintersportoorden de diverse afdalingen wilde gebruiken, had in de jaren zeventig soms wel ten verschillende lifttickets bij zich. Dat was lastig en leidde dikwijls tot allerlei complicaties. Een uniform, computergestuurd ticketsysteem was de oplossing, naar voorbeeld van de grote alpine skigebieden. Daarvoor vormden in 1978 vier Winterbergse liftexploitanten het allereerste liftverbond.

Parallel aan deze ontwikkeling vormden ook andere plaatsen liftcoöperaties en gingen deze weer op in liftverbanden. Dat voerde uiteindelijk tot de invoering van de Wintersport-Arena CARD, met acht deelnemende skigebieden en 97 afdalingen over een totale lengte van 66 kilometer; het grootste ticketverbond ten noorden van de Alpen.

De vereisten op het gebied van veiligheid, kwaliteit, betrouwbaarheid en comfort in de wintersport namen steeds verder toe, Niet alleen werd de uitrusting veiliger en comfortabeler.

Ook op het gebied van pisteonderhoud, beschikbaarheid van liften en sneeuwzekerheid ontwikkelde de regio zich in een rap tempo. De eerste professionele apparaten voor pisteonderhoud kwamen in de jaren zestig. Het skigebied Rimberg bij Bad Fredeberg schafte zich in 1969 als eerste een pistewals aan. Volgens een krantenbericht was deze machine de eerste in serie gebouwde pistetractor van heel Duitsland, met een trots vermogen van wel 55 PK.

De eerste moderne stoeltjeslift werd gebouwd in het skigebied Fort Fun. De installatie draaide zowel ’s zomers als ’s winters. Nu telt de regio 16 stoeltjesliften en een gondelbaan.
Het wintersportgebied had altijd al te maken met wisselende weersomstandigheden in de winter en sterk verschillende sneeuwhoogtes. Dat is al uit oude waarnemingen op te merken. Nu zorgen 500 sneeuwkanonnen voor een grote mate van sneeuwzekerheid en garanderen zo wintersport van december tot maart en daar mee ook het voortbestaan van een belangrijke economische bedrijfstak.

Opleving van het langlaufen

Geen beweging blijft zonder tegenbeweging. Niet iedereen houdt van de drukte van de skipistes in de wintersportbolwerken. Sinds de jaren zeventig groeide het aantal liefhebbers van het langlaufen als breedtesport gestaag. Naar voorbeeld van de vroegere skiwandelaars trokken sportief georiënteerde natuurliefhebbers door de winterse wereld,. Langlaufloipes ontstonden eigenlijk uitsluitend doordat een loper die zelf door de versgevallen sneeuw had getrokken.

De eerste gemotoriseerde spoorapparaten in de jaren tachtig waren zelf gebouwd. Meestel een aangepaste sneeuwscooter. Met het machinaal prepareren wijzigde ook de langlauftechniek. De loipes werden steviger, de ski’s smaller en de stokken langer. Het ‘wachsen’ verloor aan betekenis door de schubben op de ski’s. Sinds de jaren negentig schaffen steeds meer gebieden moderne, professionele loipe-spoorapparaten aan.

Lang was de techniek van het langs elkaar schuiven van de ski’s de enige manier van voortbewegen. Sinds 1986 was ook de skatingtechniek toegestaan op wedstrijden. Daardoor ontstonden ook andere eisen aan de loipes in het wintersportgebied. De parallel getrokken sporen voldeden niet meer. Intussen zijn dubbelspoorapparaten met naloopfrees standaard.

Aangewakkerd door de Duitse langlaufsuccessen, werd langlaufen aan het begin van deze eeuw steeds populairder. De meest prominente Sauerlandse langlaufer uit deze nieuwe tijd is de in Willingen woonachtige bondtrainer Jochen Behle.

In de winter van 2013/14 kreeg het loipeskigebied van de regio een grote opknapbeurt. Het routenetwerk met 500 kilometer aan loipes werd opnieuw uitgezet, in kaart gebracht en volgens de normen van de DSV van bewegwijzering voorzien. De aangesloten loipeskigebieden voldoen aan de kwaliteitscriteria gesteld door Nordicsport-Arena.

Siedlinghausen
 

Start van de snowboard-tijdperk

In 1978 bracht de Amerikaan Jake Burton de eersten in serie geproduceerde snowboards op de markt. Ook in Sauerland ging toen de snowboard-era van start. Pionier was „snowboardlegende“ Rolf Dickel. Toen hij eind jaren zeventig in Neastenberg zijn eerste board uitprobeerde, werd hij nog uitgelachen. Maar Dickel was koppig en leerde zichzelf de techniek aan. En hij maakte meer en meer mensen enthousiast voor het nieuwe sportattribuut. In de jaren negentig ontstond een regelrechte ‘snowboard-boom’. Sinds 1998 heeft het Westduitse Skiverbond een eigen snowboardafdeling. Eerste verantwoordelijke was Rolf Dickel, die in de loop van de jaren een krachtdadig team opbouwde, dat ook op nationaal niveau successen boekte. In de winter 2004/2005 ontstond in het skidorp Neuastenberg het eerste ‘Funpark’. In 2005 vond in Winterberg de eerste ‘Snowboard Wereldcup’ plaats.



Quellen u. a.
Bärbel Michels: Wintersport im Sauerland in früherer Zeit
Dietmar Sauermann: Gute Aussicht – Damals bei uns im Sauerland

Geef uw mening over deze pagina

Antwoord op: Direct op het onderwerp reageren